Deel 21: Autoperikelen

Autorijden, ik vind het een kunst. Een kunst die ikzelf niet goed beheers. Ik vind het leuk, dat wel. Lekker muziekje, beetje turen naar de andere automobilisten. Remmen, optrekken, sturen; ik kan het allemaal. Best goed al zeg ik het zelf. Maar je moet zoveel tegelijk. En adequaat reageren, ook zoiets.

Sinds januari heb ik een auto. Ik heb weliswaar al tien jaren mijn rijbewijs, en aardig wat gereden in den beginne, toch biedt dat geen garantie. Wanneer ik op de eerste dag wil wegrijden van werk naar huis start de auto niet. Na heel wat ophef en hulplijnen blijkt dat er een stuurslot bestaat. Eén tikje tegen het stuur en de auto kan weer starten. De functie van het stuurslot is mij nog steeds onbekend.

Nog geen week later roept een lelijke meneer mij boos toe dat ze mij nooit een rijbewijs hadden moeten geven. Vriendelijk heb ik hem verteld dat het gezicht dat hij heeft ook nooit uitgegeven had mogen worden. Ik was geen gevaar op de weg hoor, gewoon niet zo handig op de parkeerplaats bij de super. En dan hard lachen samen met mijn peuter. Dat vond de man teveel. Maar daarnaast, ‘gegeven’? Ik heb keihard gewerkt voor het bewijs rijkundig te zijn. Destijds begon ik met een voorbedacht pakket, en ging dat in Drenthe uitvoeren omdat de mensen om mij heen dachten dat dit wellicht uitkomst zou bieden. Her en der een tractor op de weg en geen vreselijk complexe verkeersituaties. Mocht niet baten. Ik zakte omdat ik op een fietspad reed. De snelweg heb ik nooit gehaald want ik wilde niet meer. Ook waren er al nieuwe lessen voor me gepland voordat ik een poging tot afrijden voltooid had. Niemand geloofde erin, ik ook niet.

Toch gaat het nu best voortvarend. Ik ben niet langer bang voor meerbaans rotondes, zij zijn nu bang voor mij. Ik ben nog niet tegen iemand opgebotst, alleen iemand tegen mij. Ook bel ik mijn huisvriend niet meer op wanneer ik op een drukke parkeerplaats achteruit weg wil rijden in de hoop dat hij in de buurt is. En ik zit lekker in het automobilist-jargon. Zo had ik een jaar terug een heel ander antwoord gegeven wanneer iemand mij had gevraagd of ik kon vertellen wat de definitie van tunneldoseren is. Heerlijk woord wel. Vermoedelijk had ik ingezet op een vakterm voor een prostituee maar het blijkt gewoon dat we niet met zijn allen tegelijk een tunnel moeten benaderen.

Na een ontmoeting met een bord langs de snelweg met de tekst ‘spiegelafstelplaats’ bleef dit lang in mijn hoofd zwerven. Hoezo ga je je spiegels ineens afstellen wanneer je op de snelweg rijdt? Dan is er al iets mis. Misschien dat het een enkeling overkomt, dat deze persoon pas na een half uurtje rijden opmerkt dat hij niet lekker de weg op tuurt. Vreemd, maar als er dan zulke plaatsen voor zijn gecreëerd dan zal dit dus in grote getalen moeten voorkomen. Ik besluit een hulplijn te contacteren.
‘ Waarvoor is een spiegelafstelplaats?’
‘ Voor vrachtwagenchauffeurs, dan kunnen ze hun spiegel goed zetten’
‘ O, voor als de truckersvrouw een ritje heeft gemaakt?’
‘ Ze krijgen soms een ander achterstel, die langer of korter is, dus dan kan het worden bijgesteld’
Een foto volgt. Er zijn heuse tekeningen gemaakt op een spiegelafstelplaats. Opdat de chauffeur goed de wereld in kan kijken. Het blijft een raadsel. Waar keek hij tot die tijd dan naar?

Het moeilijkste is toch wel parkeren. Hoe meer ik er mee bezig ben, hoe slechter het gaat. Zelfs op een lege parkeerhaven voor mijn huis weet ik hem zo scheef te parkeren dat het anderhalve plaats bezet. Dat heb ik pas door als mijn oog er per ongeluk op valt als ik ‘savonds de gordijnen sluit en naar buiten kijk. Of mijn lieve huisvriend klaagt dat er meer mensen willen parkeren. Ook mijn kindeke roept te pas en te onpas dat mama echt niet parkeren kan. Zo ook laatst.

Het was een lange dag geweest. Lange dagen. Weinig slaap, veel kind. We komen thuis en ik parkeer in onze parkeerhaven, aan de rand van de stoep. Op die stoep staat een man stil met een hond. Of iets wat daarvoor door moet gaan. Dat vind ik al vervelend, want waarom laat je een hondbeest op onze stoep uit. Mijn dochter moppert dat mama niet goed kan geperen, ze zegt dat ik het nog moet leren. Ik besluit er niet tegenin te gaan, het rijmt immers. We hebben beide een pesthumeur. Haar punt is dat ik de auto verder van de stop had moeten zetten want nu kan ze haar prinsessenvoeten moeilijk uit de auto plaatsen. Op de stoep is te ver, op de parkeerplaats is te krap. Toch doet ze al klagende een verwoede poging uit te stappen, met mijn tas in haar handjes. Uiteraard valt de tas op zijn kop, de inhoud tussen de stoep en half onder de auto achterlatend. De man aanschouwt dit alles van een meter afstand, de hond ontspant en doet een plas. Mijn zelfkennis zegt me dit te negeren, dit is niet hèt moment.

Mijn tas bevat veel zooi. Ik zou zelf niet weten wat er in zit. Mijn pasjes en mijn zonnebril worden dagelijks gecheckt, verder is het mij onbekend. We zien van alles liggen op de grond; geld, tampons, sleutels (waarvan?), 3 lippenbalsems, bonnetjes, moestuintjes, losse rozijntjes, vieze snoepjes uit restaurants, lucifers, deo, elastiekjes en een lege ballon. Samen met mijn dochter, beide geïrriteerd en met de hondenbaas in het kielzog, rapen we de inboedel bijeen. Mijn dochter pakt meteen de tampons. De man naast de urinerende hond begint te grappen; ‘Zo zo, die schaamt zich ook nergens voor’. Pardon? Gaat deze kerel serieus mijn kind belachelijk maken omdat zij mij helpt door een tampon op te rapen?
‘Nee, en ik ook niet. Ik ben jong en vruchtbaar en dat vier ik elke maand met tampons. Nou èn!’. De man kijkt verbaasd denk ik. Het is moeilijk te zeggen wanneer iemand 56 denkrimpels en drie onderkinnen heeft. Maar ik ben nog niet klaar. ‘Als iemand zich moet schamen bent u het, een hond uitlaten op de stoep…’
Mijn dochter kijkt naar de hond op de stoep. ‘Dat is toch geen hond mama?’, vraagt ze. Wij zijn een goed team.
Ik neem het kind bij de hand en loop naar onze voordeur. Nadat ik de deur geopend heb kijk ik nog gauw achterom, de man is doorgelopen. Ik zie dat één wiel van mijn auto op de stoep staat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *