Deel 24: Het heerst

Het kind is ziek. Niets ernstigs, ze viert een griepje. Waar ze last van heeft? Voornamelijk van haar moeder. Ze klaagt meer over mij dan over haar aangedane lijf. Ik heb het niet op zieke mannen en kinderen.

Wanneer de ellende aanvangt is het nog zielig. Het arme meiske spuugt alles eruit. Daar heb ik respect voor. Na heel wat overgeef-episodes (wagenziekte, warmteziekte) is dit haar favo element van ziek zijn. Ze vertelt een ieder die het maar horen wil hoe goed ze in een emmer kan mikken. Wanneer het eruit is, ze gejuicht en rondgekeken heeft of het wel waargenomen werd, gaat ze doodleuk verder met waar ze mee bezig was. Niezen brengt meer teweeg.

Zo fietsten we van de zomer door de stad en zegt ze plots: ‘mam ik moet spugen! Ik doe het wel op straat dan hoef je niet te stoppen’, en flats daar was het ledig erf voorzien van een plasje peuterkots. ‘Whoehoe! Het zit alleen maar op mijn schoen!’, klonk het vrolijk achter mij. Doorfietsen, glimlachen en voor je kijken.

Na een dag of twee, drie is mijn empathie op. Totaal verdwenen. Ik veins nog wat medelijden en begrip, op gepaste momenten. Mijn kind heerst inmiddels. Ze stelt zich boven alles en iedereen op de wereld. Om de drie minuten klinkt er een schreeuw vanaf het heerlijk geïmproviseerde bedje op de bank.
‘KEELPIJN!’
‘Ja lieverd, ik weet het. Probeer wat te slapen. Zal ik wat drinken voor je maken?’
Stilte.
‘SNOT!’
‘Ja, ja. De tissues liggen binnen bereik kind’
‘ZERE ARM!!!’
‘Zere arm?’
‘Ja van de ipad vasthouden, mijn spierballen zijn op vakantie’
‘?!?’
‘en ik heb ook jeuk. Op mijn hoofd. Wil je even krabben? Ik kijk een fimpje’

Wat nog ingewikkelder is bij zieke kinderen, is dat het zo maar ineens over kan zijn. Na een aantal dagen doe ik het kind wat leuks aan, vertel haar heel vaak dat ze er echt beter uitziet (werkt ook bij manmensen), smeer een beetje vaseline op haar lippen, knipje in het haar en duw haar de deur uit. Die rode wangen staan schattig. Op naar het kinderdagverblijf. Mama moet de wereld in. Ik wil weer voelen hoe de wind waait. De regen op mijn huid. Na hele dagen appen wil ik weer live converseren. Emoties zien op 3d gezichten. Ik mis de file.

Twee uur kantoorschap later word ik gebeld. Het kind is ziek. Of ik het wil afhalen, 40 graden koorts. Ik zie een arm popje voor me en haast me. Mijn meisje, mijn oogappel, mijn prinses. We zijn nog niet thuis of ze vraagt of ze buiten op de trampoline mag. Of de muziek hard mag, of we weer op de tafel gaan dansen. Ze tekent op de muur. Ze zegt dat ze haar lievelingsjuf zo mist. Dat haar lenzen niet lekker zitten. Dat ik raar kijk. Dat ik een dikke buik heb. Ze besluit dat ik ook ziek ben en pakt haar dokterskoffer.

Na een uitgebreid onderzoek is de diagnose gesteld. ‘Mam je bent hart-ziek, ik bel de tandarts’. Lijkt me een geschikte oplossing. Ik hoor haar telefoneren. Ze vraagt herhaaldelijk of hij komt. Als ze heeft opgehangen zegt ze terleurgesteld; ‘mam, hij komt niet. Hij moet werken’. Zul je altijd zien.

Het fijne van een ziek kind is het hangerige. Knuffen to the max. Lekker kletsen. Terwijl ze zich lekker tegen me aan nestelt op de bank legt ze haar hoofd op mijn borst. Meteen komt ze weer overeind en kijkt ze er geïnteresseerd naar. ‘Weet je nog toen ik baby was?’, zegt ze terwijl ze in mijn borst prikt. ‘Toen dronk ik toch melk uit jouw borstels?’
‘Ja liefie, dat klopt’, zeg ik en strijk vertederd door haar blonde haartjes.
‘Ik wou liever sap’

  1 comment for “Deel 24: Het heerst

  1. Anna
    januari 19, 2017 at 10:08 pm

    Je kan zo mooi schrijven. I love it.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *