Deel 5: Er is er één jarig

‘Goedemorgen liefje, mama is jarig’ zeg ik tegen Cato terwijl ze mijn bed opklautert. ‘Oja!’ is haar respons en ze rent naar de woonkamer. Even later komt ze terug met haar stoeltje. Trots gaat ze erop staan; ‘in de gloria, in de gloria, in de gloria, in de gloria, in de gloooooooooooo’. Even ben ik bang dat ze erin blijft hangen. Maar ‘ria’ volgt en daarna een hieperdepiep. Ik ben jarig en dat mag gevierd worden vindt ze.

Aan het einde van de ochtend leg ik Cato op bed. Ik wil net op de bank ploffen als ik een bericht van Siem krijg; ‘Volgende poging: gefeliciteerd lieverd’. Dat is lief, maar wat moet ik ermee. Ik bedank hem wederom voor de felicitatie en hij vraagt me of ik wat leuks ga doen. Na wat heen en weer berichten zijn we erachter dat we beide op de bank zitten, maar niet bij elkaar. Zonde. Hij stelt voor om naar mijn bank toe te komen. Ik weet dat het niet verstandig is maar stem in. Op je verjaardag moet je vooral geen principes hebben.

We hebben heel wat te vieren samen en dat is fijn. Als Cato wakker wordt is ze blij Siem te zien. Ondertussen probeer ik Zoë te bereiken om iets af te spreken voor later die middag. We hebben het idee om naar Amsterdam te gaan naar een eetfestival. Zoals altijd heb ik 26 plannen en geen één echte afspraak. Verjaardagen zijn overrated als je het mij vraagt en ik ga ze dan ook met genoegen uit de weg. Ook die van mijzelf; gelieve geen feesten en partijen. Siem is nog immer aanwezig en heeft ook moeite met het beslissen over zijn dag-invulling. Terwijl ik opnieuw mijn vriendin probeer te bellen komt Siem bij me staan. ‘Wat vind je ervan als ik vanmiddag met jullie meega?’. Ik sta paf. En ben blij. Het plot neemt een onverwachte wending. ‘Mee naar Amsterdam? Met Cato in de trein? Tuurlijk, leuk!’. Ik bericht Zoë dat ik haar daar wel zie en Siem zal debuteren.

Onderweg heeft Cato de grootste lol. Ze zit bij Siem op schoot en mag van zijn patatten eten. Ze hebben het leuk samen. Ik ook. Aangekomen op Amsterdam CS zien we Zoë meteen. Siem besluit de buggy te duwen, hij vraagt zich af of voorbijgangers hem nu als vreselijk vruchtbaar beoordelen. Zoë loopt expres een stukje voor ons uit. Een aantal malen probeert Siem een gesprek met haar aan te knopen maar ze doet de helft van de tijd alsof ze hem niet hoort. Inwendig lig ik dubbel, wat een raar wijf is het ook. Ik weet nu dat ze hem aan het uittesten is en het hem moeilijk maakt. Grappig dat je elkaar zo goed kent. Siem lijkt zich niet uit het veld te laten slaan en als we na ruim 20 minuten en 6 sneren van Zoë haar zijde de bestemming bereiken wordt het gezellig. Vrede en vrienden vermoed ik.

Rond een uurtje of 21 komen we weer aan in Utrecht. Wat een heerlijk dagje was het! Cato is nog wakker en inmiddels heuze maatjes met Siem. Erg lief om te zien. Mijn hormonen maken een polonaise door mijn hele lichaam. Siem loopt nog even mee naar mijn fiets en geeft me een kus. ‘Ik ga naar huis, moet morgen dingen doen’. Ik begrijp het en vind het allemaal prima. Ik had me erop ingesteld dat dit een dag-item was en dat onze wegen nu scheiden. Met een glimlach op mijn gezicht fiets ik naar huis. Dit heb ik toch nog mooi even meegepakt. Ik ben nog geen kwartier thuis en de bel gaat. Zodra ik de deur open doe zie ik het knappe hoofd van Siem. ‘Ik dacht ik kom nog even taart brengen’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *