Deel 9: Ongelukkig

Soms komt er zomaar actie om de hoek kijken, dat is fijn want dan hoef ik zelf even geen onrust te creëren. Ditmaal in de sfeer van 12 steden, 13 ongelukken. Er is weinig budget voor deze aflevering. Een meisje op een scooter, gehuld in een spijkerbroek met een heel kort naveltruitje, rijdt op het fietspad voor mijn huis langs. Terwijl ik mijn kind achterop mijn fiets til zien we Luuk aan komen rijden in zijn auto. We zwaaien. Het spannende muziekje wordt ingezet. Luuk rijdt het meisje aan. Bam! Als een pop vliegt ze door de lucht. Ergens in haar vlucht raakt haar hoofd de auto. Ze belandt op de grond. Daar ligt ze. Stilte.

Luuk stapt uit, ik haal het kind uit haar fietsstoeltje en gebied haar bij de fiets te blijven staan, pak mijn telefoon en ren naar de plek des onheils. Ondertussen bel ik 112. Luuk staat met zijn handen in zijn haar. Ik zeg dat alles goed komt. ‘Het is mijn schuld, het is mijn schuld’ ratelt hij. Ik kniel neer bij het meisje, leg mijn hand op haar arm en zeg dat het goed komt en er hulp onderweg is. Ze blijft zeggen dat haar hoofd pijn doet. Het ziet er allemaal niet echt spannend uit. Behalve de enorme navelpiercing dan. Ik vraag haar hoe ze heet. ‘Samantha’. Dat verklaart een hoop. ’Heb je verder ook pijn Samantha?’. Ze schudt van nee. Ok, nee-schudden kan ze dus nog. ‘Ik kom te laat bij de kapper, ik moet naar de kapper!’. Volgens mij komt het wel goed met onze Sam. Inmiddels staat de hele buurt eromheen. Ik sta op en geef Luuk een knuffel. Hij staat nog immer op repeat; ‘het is mijn schuld, het is mijn schuld’. De politie arriveert, twee motoragenten zetten hun helm af. Meteen daarop horen we de ambulance. Ik breng mijn kind naar de buurvrouw. Samantha wordt afgevoerd samen met haar tante, moeder en weet ik het wie. Die stonden al klaar achter de coulissen. Ik zie overal en nergens mascara op de vrouwen. Chapeau voor de schmink. De motoragent vertelt me dat de ambulancebroeder hem toefluisterde dat Samantha eerder het ziekenhuis uit is dan hij koffie kan drinken.
Luuk en ik zijn alleen over met de twee motoragenten, waarvan ik een wel erg interessant vind. Terwijl ik mijn getuigenverklaring lief lachend afgeef en Luuk heen en weer loopt omdat hij pardoes vergeten is wat voor auto hij ook alweer heeft, komen er nog twee agentjes in een politiewagen aan. Een van hen heeft de eer de scooter van Samantha af te voeren. Omdat deze nog aardig in tact is mag hij gewoon weg brommen. Een beetje stom lachend beslissen ze wie de gelukkige is. De jonge agent met de te grote broek probeert het voertuig te starten. Tevergeefs. Ik kijk de leuke agent aan en we lachen. Ik zeg dat de scooter inmiddels verzopen is en hij knikt. ‘Zullen we hem vertellen hoe het moet?’ vraagt hij. Ik stel voor nog even te wachten en dat doen we. ‘Kijk eens, voor jou’. De politiemeneer geeft me een lieveheersbeestje aan. Wat een bijzonder gebaar. Wat moet ik daarmee? Ik kijk Luuk vragend aan. Die staat nog steeds te zweten boven de papieren en heeft geen aandacht voor mij en mijn agent. Hij moet een tekening schetsen van de situatie maar zijn tekenkunst reikt niet verder dan poppetjes met harkhandjes dus zijn agent helpt hem op weg. Ik heb helemaal geen zin in een lieveheersbeest dus schiet hem van zijn vinger af. Dat was niet helemaal wat hij verwachtte maar ik verwachtte zijn vraag die daarop volgde ook niet. ‘Wil je misschien even kijken op mijn rug? Ik heb het gevoel dat er allemaal beestjes in mijn jas zitten’. Wat een bijzondere dag. De eindtune wordt ingezet en Jan Douwe Kroeske vertelt dat Luuk en Samantha inmiddels weer als nieuw zijn maar je altijd alert moet blijven in het verkeer.

De Robin-gate verloopt ook aardig volgens het 12 steden, 13 ongelukken principe. Enige probleem is dat het spannende muziekje uitblijft ondanks dat er redelijk wat ongelukken gebeuren. We zijn nu maanden verder en daar is ook alles mee gezegd. We spreken niets af, we slapen niet samen, we zien elkaar nauwelijks. Frustraties mijne zijde alom. Wel contacten we dagelijks, nog steeds. En dat is fijn en maakt me blij; toch nog een redelijk zonnige set in Utrecht. Vrienden vragen begripvol of ik het manmens echt niet verzonnen heb. Ik begin oprecht te twijfelen. Ook komt meerdere malen de vraag voorbij of ik wel zeker weet of hij niet getrouwd is en/of samenwoont. Ik heb meer geduld dan ooit vind ik. Ik heb geen haast, het komt wel goed. Dat dacht ik en wil ik blijven denken. Hoe langer de aflevering, hoe meer kijkplezier. Toch lukt het ondanks alles om wekelijks een soort van ruzie te maken. Dezelfde ruzie ook.

We zijn dat beide zat. Zijn we het toch nog ergens over eens. Hoe kom je uit zo’n cyclus? Ik denk door dichterbij elkaar te komen. Maar dat is eigenlijk het ganze probleem. Dat gaat het onderwerp van dit debacle zo hard mogelijk tegen. De enige remedie die de knapperd weet te bedenken is weglopen. Oplossingsgerichtheid is een competentie waar nog aan te sleutelen valt. Ik moet hem wel laten gaan. Zonde. Heel zonde. De eindtune is ingezet. Het slachtoffer heeft een bloedend hart. De presentator mompelt nog iets over waarom moeilijk doen als het samen kan. Ik besluit dat ik sex and the city veel leuker vind.

  1 comment for “Deel 9: Ongelukkig

  1. Luuk
    september 26, 2014 at 2:07 pm

    Ik weet nog steeds niet welke auto ik heb. Die met die deuk, zullen we maar zeggen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *