Deel 18: Schijnziek

Vanwege alle drukte in mijn hoofd besluit ik een dagje vrij te gaan vieren, kindloos welteverstaan. Alhoewel mijn kleine monster mij vreugde en vertier brengt heb ik een intens verlangen om alleen te zijn. Daarom ben ik vandaag vrij en heb ik om half negen in de ochtend al afgesproken met Cato haar naveltante. Heel logisch. Als ik De Zaak binnenkom voelt het meteen weer fijn. Ik mis onze maandagochtenden, voorheen vierden we die altijd tezamen. Lotte is er nog niet, dus ik zit alleen aan een stamtafel met uitzicht op het plein. Ik pak een krant en bestel een cappuccino. Steeds vaker merk ik dat ik de taal van mijn dochter overneem. Zij maakt met haar koffiezetapparaat altijd ‘cino’s’. Net zo lekker. Gelukkig knikt de barman vriendelijk. Er komen hier wel meer gekkies vermoed ik.

Heerlijk zeg, even geen getetter aan mijn hoofd. Ik lach naar het plein. Mijn cappuccino wordt gebracht samen met de gebruikelijke mini-muffin. Maar niet mijn favoriete chocolade versie. Jammer dat het personeel hier wisselt. Pffff, rust. Lekker. Heel lekker. Ik draai een beetje op mijn stoel. Ik sla de krant open. Alles wat ik lees vind ik stom. De bezetting van universiteitsgebouwen door studenten zal zich uitbreiden naar andere steden dan Amsterdam. Een student verkondigt dat de ‘academische lente’ is begonnen. Ik krijg meteen kriebels. Van mij mag deze student zijn hele leven binnen blijven brallen in het universiteitsgebouw. Vieren wij buiten gewoon seizoensgebonden lente. Een pagina verder staat een inimini column over de IS, ze hebben christenen vrijgelaten. Alleen onthoofdingen verdienen hoofdletters blijkbaar. Ook stom. Ik sla nog een pagina om en lees dat de griepepidemie zich alsmaar voort blijft zetten in Nederland. Ja nogal wiedes, iedereen hypet erop los met de blauwe bes en de boerenkoolshakes. Leuk voor de geest, maar niet voor het lichaam. Ook stom dus. Ik besluit de krant te laten voor wat het is en ga nog zes keer verzitten. Heerlijk die rust.

Lotte stapt het café in en kijkt me blij aan. We kussen elkaar en gaan zitten. Meteen moet ik verplaatsen want normaal zitten we ook niet aan die kant van de tafel. Zie je, ook Lot neemt de gewoonten van haar kind over. ‘Hoe gaat het met je?’ vraag ik haar, ‘heeft de vakantie je goed gedaan?’. Ze zucht ‘ja het was fijn, maar ik was ziek. Eigenlijk ben ik altijd ziek. Maar ik heb het geaccepteerd.’ ‘Je kan het hebben hoor, ik zie er niets van’, zeg ik en ik meen het.
‘Ja het zit dus zo. Eigenlijk ben ik niet ziek. Het gaat goed. Maar die studie, zodra ik eraan denk krijg ik dus echte buikpijn. Ik was bijvoorbeeld helemaal niet ziek deze vakantie, tot woensdag. Toen zou ik beginnen met mijn studie en hopsa ik was tot niets in staat. Maar dan ook echt hè. Ik kon niets; spierpijn, buikpijn, hoofdpijn, alles. En vrijdag was het ineens weer over. Vanmorgen had ik het ook trouwens, totdat ik bedacht dat wij hadden afgesproken, voelde me ineens stukken beter’. Ik opper dat ze wellicht schijnziek is. Ja dat is het.

‘Hee lot, ik zat net te denken hè. De afgelopen jaren heb je zo’n beetje alles geprobeerd om zowel je haar als je lijf te laten shinen. Weet je nog, die groene shotjes in je vriezer? Of al die andere ellendige etensgewoonten die je uitgeprobeerd hebt. Maar ik heb je nooit echt zien bruizen van energie… Je haar zit wel goed overigens’. Ze antwoordt snel ‘euh ja, dat klopt. Maar ik vòèl me wel echt goed, heel lekker, echt. Ik ben verder gewoon altijd ziek. Maar ik doe nu dus wat nieuws. Dat werkt echt als een tierelier. Ik eet glutenvrij. Echt een aanrader. Ja niet dat die gluten echt het probleem waren hoor. Maar als ik geen gluten mag, mag ik dus ook al die chips en koekjes en snoepjes niet meer. En ja, daar word ik dus zo moe van, al die suikers. Heel goed voor me. Voel me al stukken beter’. Ik durf niet te vragen hoelang dit al gaande is. ‘Nouja je kunt het altijd proberen toch? Wie weet werkt het.’
‘Ja dit is echt een goeie, ik voel het’, zegt ze overtuigd terwijl ze een glutenvrij koekje uit haar tas vist.

De ochtend is voorbij en ik ben weer thuis. Hardlopen ga ik. Heel hard en heel ver. Maar eerst even eten. Alles rustig aan want ik heb immers een vrije dag. Met een broodje in mijn hand ruim ik wat van Cato’s troep op. Wanneer ik buk om een van Cato’s tekeningen op te pakken en weg te gooien voel ik het weer. Een week geleden was het begonnen. Een pukkeltje dacht ik toen. Gek, want pukkels zoeken mij normaliter niet uit maar vooruit. Mijn pukkel, gelokaliseerd midden-onder mijn borsten, is gegroeid. En is pijnlijk wanneer ik erop druk. Op zich druk ik ook niet zo vaak midden-onder mijn borsten. Maar je kunt je verbazen hoe vaak je die plek toch aanraakt. Zo werd ik er vannacht steeds wakker van. Want ik slaap op mijn buik met mijn arm onder mijn wat nu toch wel derde tiet genoemd mag worden. En nu drukt mijn bh er dus op bij het bukken. Nieuwsgierig loop ik naar de badkamer en bekijk mijn nieuwigheid in de spiegel. Ok, een derde tiet is overdreven maar een derde tepel heb ik zeker. En als je eraan voelt, voel je dat er onderhuids heel wat gaande is. Gets. Wat is dit? Ik maak een foto en stuur het naar Violet. Violet houdt van alle medische viezigheden en weet er ook veel van. Ik krijg meteen bericht terug; ‘moet je daar niet even mee naar de dokter? Misschien is het wel een parasiet die je in Cambodja hebt opgepikt. #kijkt verlekkerd’.

Gelukkig maak ik mij niet druk om mijn kwaal, alhoewel ik het ook niet fraai vind. Ik heb nog nooit iets gehad wat ik niet zag aankomen (op een zwangerschap na dan, die valt wel te verklaren) maar dit geval was zeker niet verwacht.
Opnieuw een bericht. ‘ik ben echt dol op abcessen, ben zo benieuwd wat eronder zit’. Ik bel de dokter voor een afspraak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *