Deel 15: Blinde paniek

Job, zo heet de man achter het telefoonnummer op het papiertje. Staat er namelijk boven. Het is alweer een paar dagen geleden dat ik het nummer kreeg en toch weet ik niet goed wat ik ermee moet doen. Ik voel me fijn, heb het afgelopen half jaar genoeg drama meegemaakt op het vriendjesfront en wil deze gemoedelijke after-cambodja-vibe graag vasthouden. Uiteraard wissel ik al snel weer van standpunt en stuur toch een berichtje. Ik vind het eigenlijk wel avontuurlijk en zo zie ik mezelf graag. Ik ga daten met een onbekende. Een echte date, inclusief eten. Job weet hoe het moet. Ik krijg een tijd te horen en we spreken af op zo’n beetje dezelfde plek waar we elkaar ontmoet hebben, hij bedenkt alles. Dat zulke mannen nog bestaan wist ik niet. Ik vind deze conservatieve benadering eigenlijk wel heel vernieuwend.

Ik voel me wel een beetje raar wanneer ik precies op tijd (je moet nooit te vroeg of te laat komen op een eerste date denk ik) in de buurt van de afgesproken plek sta te wachten. Het is donker buiten en de Mariaplaats is ineens veranderd in een kerstmarkt. Zul je altijd zien. Het element waar Job over sprak is dan ook nergens te vinden. Ik tuur tussen de kraampjes door en voel me bekeken. Wie weet ziet hij mij wel zoeken. Wat was het nou, een kanon-iets? Een beeld in ieder geval. We hebben afgesproken bij een beeld. Destijds dacht ik nog, hoe moeilijk kan het zijn? Een beeld op een plein. Of op het andere pleintje bij dat plein. Maar nu is het echt een opgave. Ik contact mijn date en bij geen gehoor besluit ik weg te gaan. Bij nader inzien heb ik toch geen zin.

Terwijl ik opgelucht naar mijn fiets loop komt er iemand op me af lopen. ‘Hier ben je!’, Job geeft me drie zoenen. Wat een enthousiasme, ik doe maar mee en vertel niet dat ik op weg naar huis was. Hij vraagt me of ik met hem meeloop. Ik laat het allemaal gebeuren. Als we de hoek om zijn zegt hij; ‘beetje gekke vraag, vertrouw je me?’. Meteen volgt er een ‘nee’. ‘O. Eigenlijk wil ik je vragen om hier in deze auto te gaan zitten. Dan rijden we naar het restaurant. Ik heb namelijk ergens gereserveerd waar we met de auto heen moeten’. Ok, deze man doet ècht zijn best. Ik vind het leuk, heel leuk. Onderweg kletsen we gezellig. Ik kijk naar buiten en probeer te bedenken waar we heen gaan. Ik heb geen flauw idee. We rijden een industrieterrein op en daar parkeert Job de auto. Het enige wat ik zie zijn allemaal bussen. Ik lach om mezelf omdat ik nooit ergens bang van word. Job neemt me mee naar een plekje achter de bussen, waar een heel leuk restaurantje blijkt te zitten. Alles is leuk deze avond. Job ook.

Omdat Job met de auto is drinken we geen drankje in de stad maar bij hem thuis. Nog steeds vind ik alles prima. Het is leuk en gezellig dus waarom niet? Een tijd lang zitten we beide op het aanrecht te kletsen, geen idee hoe dat zo is gekomen. Pas als we samen op de bank gaat zitten weet ik het te verpesten. Ineens voel ik paniek. Heuse paniek. Ik word misselijk en wil op slag weg. Ik zet er vaart achter en zeg dat ik moet gaan. Plots. Job kijkt verward maar laat het. Waar slaat dit op? Ik raak wel in de war van mezelf. Ik kan niets anders doen dan aan Robin denken. Het voelt zo benauwd, op de bank zitten daar met een Job. Ik fiets heel hard naar huis. Zodra ik thuis ben neem ik een douche en ben ik wat rustiger. Wat is er met mij? In ieder geval iets nieuws.

De volgende ochtend word ik wakker met een schuldgevoel. Hoe kan ik dit goed maken? Job had nog bericht of het wel goed met me ging. Ik heb het genegeerd. Nu bericht ik hem een sorry. Of ik koffie mag komen drinken. Ik zal normaal doen. Hij vindt het goed en wanneer ik bij hem aankom doet hij de deur open met een mok koffie in zijn hand. ‘Alsjeblieft, met koffie in je handen ren je vast niet weg’.

Zodra de koffie op is begint de ellende opnieuw. Buikpijn, haast, alles. Ik sta op en zeg dat ik nog allemaal dingen moet doen. Beduusd zegt Job me gedag. Terwijl ik opnieuw dezelfde weg fiets besluit ik dat ik toch nog tijd nodig heb om over Robin heen te komen. Job spreek ik nooit meer.

  2 comments for “Deel 15: Blinde paniek

  1. Ruth
    maart 23, 2015 at 6:52 am

    Ik weet zeker dat jouw boek een goeie wordt, van kaft tot kaft. :)

  2. Luuk
    maart 24, 2015 at 4:27 pm

    Moet Job niet Jof zijn? ;-)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *